Nora Daoudi

Interview met Nora Daoudi op 6 februari 2017

Ik ben Nora Daoudi, 27 jaar, geboren in Amsterdam en opgegroeid in Zuid. Daar heb ik tot mijn 13e jaar gewoond. Ik vond het heel erg om naar Oost te verhuizen, omdat ik mijn veilige thuishaven verruilde voor de drukte van Oost. Ik moest mijn vriendjes en vriendinnetjes van de basisschool achterlaten. Het was alsof we de veilige cultuur van Zuid achterlieten, waar iedereen elkaar kenden. Je had opa Dik en tante Corrie van de speeltuin, kortom iedereen lette op elkaar.

Oost was voor mij toen een hele grote stap, het was een cultuuromslag. Ik heb het in de eerste jaren als grauw en donker ervaren. Er waren hangjongeren en ik voelde me onveilig zodra het donker werd. Tegenwoordig ben ik wel heel blij dat ik in Oost woon. Ik voel me er thuis en ik voel me veilig. Oost is een mooi stadsdeel met verschillende afkomsten en culturen, een mooie afspiegeling van de maatschappij.

Op de middelbare school hield ik me altijd bezig met anderen, als er een ruzie was ging ik het oplossen. Als ik vond dat een ander onrechtvaardig werd behandeld dan greep ik in. Mijn ideaal was toen opkomen voor anderen die niet goed voor zichzelf konden opkomen. Op rapporten stond dat ik me teveel bemoeide met anderen. Ik kreeg het advies om meer de focus op mezelf te richten. Maar ik kon niet veranderen, het zat gewoon in me als persoon.

Na de middelbare school was ik ervan overtuigd dat ik iets met mensen wilde doen: mensen empoweren en ze vaardigheden bijbrengen om voor zichzelf op te komen. Het werd de opleiding Sociaal Cultureel Werk aan het roc va. Tijdens het eerste jaar van de opleiding wist ik welke richting ik op wilde: ik wilde de jeugdzorg in. Mijn interesse lag meer richting de problematiek, de opleiding was me te luchtig. Ik kreeg de kans om te solliciteren voor een stageplaats binnen de jeugdzorg. Het werd een stage bij Altra waar ik aan de slag ging op een groep voor crisiskinderen. Dit waren kinderen die uit huis werden geplaatst in de leeftijd van 0-10 jaar. Baby’s kwamen binnen, maar ook kinderen die misbruikt en mishandeld werden. Dat was best heftig.

Het was mijn doel om die kinderen vreugde te geven, alles wat ze hadden gemist. Een knuffel, liefde, een spelletje spelen, kortom persoonlijke aandacht. Ik vond het ontzettend leuk. De stageperiode zou een jaar duren, maar na acht maanden had ik al mijn doelen en opdrachten behaald. Het ging zo goed dat ik een contract aangeboden kreeg. Ik was nog niet eens afgestudeerd.

Zo begon mijn carrière naast mijn MBO opleiding. Ik draaide slaapdiensten na mijn colleges op school en ik werkte in het weekend overdag. Het maakte mij niet uit, ik zag het als een mooie kans om met de kinderen te zijn.

Ik kreeg voldoening van het werk en dit werd door de kinderen ook gewaardeerd. Het feit dat ze op me afrende en me knuffelde zodra ik de groep op kwam lopen zegt genoeg. Ook heb ik een tijdje als pedagogisch medewerker gewerkt op een leefgroep voor tienermoeders. Inmiddels studeerde ik aan het HBO en deed ik de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Tijdens mijn stage-ervaring en werk kreeg ik het gevoel dat ik op mijn plek zat. Ik heb veel geleerd tijdens de opleiding en genoten van de diverse vakken. Tijdens mijn 3e jaar liep ik stage bij Amsterbaken, een Forensisch behandelcentrum voor jongens. Een pittige stage waar ik wederom heel erg veel heb geleerd.

“Ik heb geleerd dat ondanks dat mensen fouten maken, ze alsnog een kans verdienen”.

Ik ervaar het als een mooie kans om jongeren te laten zien dat ze mogelijkheden hebben. Ik heb meegewerkt aan re-integratie en ik heb persoonlijke gesprekken gevoerd om jongeren te empoweren. Dat was bijzonder. Toen kwam het einde van mijn opleiding in zicht.

Na het behalen van mijn studie ging ik op zoek naar iets met jongeren en hulpverlening. Ik kon solliciteren op een functie bij Streetcornerwork waar ik meteen werd aangenomen. Inmiddels ben ik daar nu anderhalf jaar werkzaam als jeugdhulpverlener. Sinds een aantal maanden houd ik mij ook bezig met radicalisering. Naast mijn functie als jeugdhulpverlener ben ik ook casus regisseur.

Wat houdt dat precies in?

Dat ik regie voer op de casussen die vanuit de gemeente Amsterdam komen die betrekking hebben op radicalisering. Per casus kijk ik welke personen ik nodig heb die op de casus gezet kunnen worden. Andere professionals voeren de behandeling uit.

Ik ben ook drie jaar actief als sleutelfiguur radicalisering en polarisatie.
In deze rol ben ik begonnen met een project gericht op moeders in het kader van radicalisering. Dat heb ik veelvoudig kunnen uitvoeren in Oost in samenwerking met het stadsdeel. Doel van zo’n bijeenkomst is om bewustwording te creëren bij moeders. Tijdens een bijeenkomst worden de volgende thema’s besproken: positief opvoeden, veiligheid en tekenen van radicalisering herkennen. Het gaat er voornamelijk om dat de thema’s bespreekbaar worden gemaakt. Daarnaast krijgen de moeders tools aangereikt om signalen van radicalisering op te kunnen vangen.

Ik zit in een denktank van stadsdeel Oost, waar werkgroepen uit voort zijn gekomen. De werkgroep waar ik in zit zet zich in voor de weerbaarheid van kwetsbare meiden jegens radicalisering. De werkgroep bestaat uit diverse partners bv. scholen, zelfstandige organisaties, hulpverleners, stadsdeel Oost etc. Samen kijken we hoe we kwetsbare meiden kunnen empoweren en op de voorgrond kunnen krijgen. Dit doen we bijvoorbeeld in de vorm van een activiteit of een workshop.

Heb je ook nog vrije tijd?

Ik ben heel perfectionistisch, met als resultaat dat ik goed kan plannen. Dat zorgt ervoor dat ik mezelf bewaak en niet te veel hooi op me vork neem.

Wat is voor jou de toegevoegde waarde van het NAH?

Wat het NAH mij kan bieden is een netwerk met andere rolmodellen die mij kunnen inspireren en die mij de energie geven om door te gaan om mezelf verder te ontwikkelen. Of het nou helden zijn in de sportsector of in het jongerenwerk, ik ben ervan overtuigd dat zij mij kunnen versterken. Ik ben nog jong, en nooit uitgeleerd. Wat ik bijvoorbeeld verder zou willen ontwikkelen is om voor een groep te staan.

Hoe zie je de toekomst?

Ik hoop dat ik me nog heel lang mag inzetten voor jongeren. Jongeren zijn de toekomst. In hen moeten we energie steken zodat zij het later goed gaan doen. Of het nu begeleiding is bij het maken van de juiste studiekeuze of dat ik een groot probleem bij een jongere kan wegnemen, het gaat erom dat ze weer hoop hebben voor de toekomst. En dat ze vooral hun passie kunnen nastreven.

Mensen zeggen dat ik iets moet doen met mijn stem en inzet, mijn nicht vroeg of ik niet de politiek in wilde. Maar voorlopig wil ik mijzelf nog verder ontwikkelen en wellicht leidt dat tot de politiek, dat weet ik nog niet. Ik leef van dag tot dag en zie vanzelf wel wat de toekomst mij brengt.

“Ik wil blijven werken in de uitvoering. Ik zou nu geen beleidsfunctie willen. Dat is niet wie ik ben, ik wil jongeren inspireren!”

Kun je een voorbeeld noemen van een casus?

Ik heb ooit een jongen begeleid die uit de criminaliteit kwam. Hij moest overleven, hij had geen vader en geen moeder meer. Hij had een broer die vastzat en verder niemand. Zijn uitweg was overleven door middel van criminaliteit. Hij zat vaak vast. Ik vroeg hem hoe hij zijn toekomst zag en wat hem staande hield. Criminaliteit zag hij als een uitweg. Ik overtuigde hem dat het anders kon. Ik kreeg van hem de kans om te bewijzen dat het mogelijk was. Maar ik gaf aan dat het aan hem zelf was om die keuze te maken, maar dat we dat samen voor elkaar konden krijgen. Ik heb hem begeleid in het starten van een opleiding, we hebben huisvesting geregeld en z’n financiën werden op orde gebracht. Binnen een half jaar had hij een stabiel leven. De woorden die hij toen uitsprak blijven me bij: “ik wist niet dat dit leven er ook was en dat ik dit kon”. Zijn schulden waren inzichtelijk geworden, hij had een inkomen en hij kon terecht bij begeleid wonen. Ik weet dat hij het nog steeds goed doet.

Hoe komt het dat jij tot hem door kon dringen?

Ik sta dicht bij de doelgroep en de leeftijd. Ik kan goed motiveren waarom het mij wel gelukt is. Je kan altijd veranderen, maar je moet bereid zijn ervoor te werken. Dat vereist een positieve instelling, energie en geduld. Ik kan de jongeren een schop onder hun kont geven. Ik word ook weleens boos op ze, maar als ik trots op ze ben dan horen ze dat ook. Ik ben ervan overtuigd dat dat mijn kracht is.

Nora is te volgen via Linked In.

Contactgegevens zijn verkrijgbaar via het NAH.

IMG_1049

Related Projects

Back to Top